DOORBELASTING VAN KOSTEN KAARTBETALINGEN AAN BANDEN GELEGD

Verandering 3: Doorbelasting van kosten kaartbetalingen aan banden gelegd

Samen met de PSD2 is in 2013 een Europese verordening gelanceerd (Verordening (EU) 2015/751) die de hoogte van interbancaire vergoedingen voor betaalpas en creditcard gebaseerde betalingen (“Multilateral Interchange Fees” oftewel MIF’s) aan banden legt. Deze afwikkelvergoedingen zijn kosten die een winkelier betaalt aan de aanbieder van een pas als deel van een elektronische pas-transactie (met een bankpas (debitcard) of een creditcard). Aanbieders mogen voortaan een vergoeding doorberekenen van ten hoogste 0,2% van het totaalbedrag voor debitcard-transacties en 0,3% voor creditcard-transacties. Deze verordening is, vooruitlopend op de PSD2, al per 9 december 2015 van kracht geworden in de gehele Europese Unie en geldt voor zogenaamde ‘Domestic Secure Consumer’- transacties.

Betalingstransacties

De PSD2 stelt daarnaast een verbod in op het doorbelasten van kosten van betalingstransacties aan de consument via toeslagen op het gebruik van een specifiek betaalmiddel, vaak creditcards. De herziene betaalrichtlijn stelt dat uiteenlopende nationale praktijken in verband met het aanrekenen van kosten voor het gebruik van een bepaald betaalinstrument hebben geleid tot een zeer heterogene betaalmarkt in de Europese Unie. Deze situatie vormt een bron van verwarring voor de consument, vooral in het kader van elektronische handel en grensoverschrijdende situaties. Winkeliers / merchants die zich bevinden in lidstaten waar toeslagen mogen worden geheven, bieden producten en diensten aan in lidstaten waar toeslagen verboden zijn, en rekenen de consument een toeslag aan. Er zijn daarnaast veel voorbeelden van merchants die consumenten extra kosten aanrekenen die veel hoger zijn dan de door de winkelier / merchant gedragen kosten voor het gebruik van dat betaalinstrument.

Afwikkelvergoedingen

In december 2015 is de hoogte van de afwikkelvergoedingen voor op kaarten gebaseerde betalingen aan banden gelegd. Afwikkelingsvergoedingen vormen het belangrijkste onderdeel van de kaarttarieven die winkeliers / merchants moeten afdragen aan de betaaldienstaanbieder voor kaarten en op kaarten gebaseerde betalingen. Ter compensatie van deze kosten stellen merchants daarom soms een toeslag in voor het gebruik van deze betaalmethoden. De Europese Commissie acht dit onwenselijk omdat het concurrentie tussen kaartaanbieders tegengaat. Daarom moeten de lidstaten voorkomen dat merchants kosten aanrekenen voor het gebruik van betaalinstrumenten waarvoor de afwikkelingsvergoedingen zijn geregeld bij hoofdstuk II van Verordening (EU) 2015/751. Deze eis geldt ook voor de SEPA Credit Transfer en SEPA Direct Debit transacties.

NB! Er mogen nog wel kosten in rekening worden gebracht om het gebruik van inefficiënte betaalinstrumenten te ontmoedigen (bijv. acceptgiro), mits dit niet door lokale wetgeving wordt verboden.

Betaaldienstaanbieder

Een betaaldienstaanbieder mag ook nog kosten in rekening brengen voor het voortijdig beëindigen van een contract door de betaaldienstgebruiker. De betalingsdienstgebruiker kan de overeenkomst in principe altijd kosteloos beëindigen, behalve wanneer de overeenkomst gedurende minder dan zes maanden in werking is geweest. Eventuele, voor beëindiging van de overeenkomst, aan te rekenen kosten moeten passend zijn en in overeenstemming met de feitelijke kosten.