PSD2 SCOPE UITBREIDING

Verandering 1: PSD2 scope uitbreiding

De herziene PSD heeft betrekking op een grotere geografische reikwijdte dan zijn voorganger PSD1: zogenaamde ‘one-leg’-transacties vallen nu namelijk ook binnen het bereik van de betaalrichtlijn. Ook vallen voortaan transacties in alle valuta, niet meer enkel transacties in euro- en andere EU/EEA-valuta, in scope van de PSD.

‘One-leg’-transacties zijn betalingen waarbij slechts één van de betrokken betaaldienstaanbieders zich binnen de EU/EEA bevindt. Dit is ofwel de betaaldienstaanbieder van de betaler ofwel die van de ontvanger.

Zoals het letterlijk staat in de richtlijn:

Titel III, met uitzondering van artikel 45, lid 1, onder b), artikel 52, lid 2, onder e), artikel 52, lid 5, onder g), en artikel 56, onder a), alsmede titel IV, met uitzondering van artikel 62, leden 2 en 4, de artikelen 76, 77 en 81, artikel 83, lid 1, en de artikelen 89 en 92, zijn tevens van toepassing op betalingstransacties in alle valuta waarbij slechts een van de betalingsdienstaanbieders zich in de Unie bevindt, met betrekking tot de delen van de betalingstransactie die binnen de Unie worden uitgevoerd.

Waarbij het goed is om te weten dat:

Titel III vooral ingaat op de transparantie van voorwaarden en informatievereisten met betrekking tot betalingsdiensten en titel IV vooral betrekking heeft op de rechten en plichten met betrekking tot het aanbieden en het gebruik van diezelfde betalingsdiensten.

Daarnaast is het belangrijk om te weten dat bij de one-leg transacties de PSD2 alleen betrekking heeft op het deel dat binnen de EU wordt uitgevoerd.

Hoewel ‘one leg’-transacties nu wel in scope van de PSD2 vallen, bestaan er enkele verschillen ten opzichte van betaaltransacties die geheel binnen de EU vallen. Het belangrijkste verschil is dat de voorgeschreven D+1 uitvoertijd die geldt voor normale transacties niet geldt voor ‘one leg’-transacties: bij de ‘one-leg’-transactie geldt voor binnen de EU ontvangen transacties dat deze op dezelfde dag moeten worden bijgeschreven en dat de valutadatum regels voor zowel de debitering (one-leg uitgaand) als de creditering (one-leg inkomend) gelden , mits de transactie in een euro- of andere EU/EEA-valuta plaatsvindt.